News

Slipknot mentale hel voor bandlid: 'Ik kreeg nooit liefde van de jongens'

Date: 03 december 2008

AMSTERDAM - Een negenkoppige band, geen persoonsnamen maar nummers, geheimzinnige maskers, en vooral snoeiharde muziek vormen de Amerikaanse metalband Slipknot. Ze bestaan sinds 1995 en hun laatste album All Hope Is Gone is onlangs uitgekomen. Percussionist Chris Fehn, beter bekend als #3, is al bijna vanaf het begin lid. Maar bijna is niet goed genoeg. Het duurde jaren voor hij het felbegeerde nummer en de bijbehorende acceptatie van de overige bandleden kreeg.



Tot voor kort dacht #3 er zelfs aan om te stoppen bij Slipknot omdat hij nooit werd geaccepteerd. “Pas sinds een maand heb ik een beetje het gevoel dat ik in de groep ben opgenomen. Ik dacht altijd dat Slipknot een keer voor mij ophield, maar ik heb mijn plek in de band nu wel veroverd. Ik ben #3 en er is niemand die kan doen wat ik kan. Nu ben ik een deel van de familie.”

In de beginperiode, toen de band net begon met materiaal op te nemen, was de inbreng van Fehn niet welkom omdat hij nieuw was. “Het is moeilijk om iemand anders Slipknot uit die periode uit te leggen. Het was een lastige tijd omdat ik mentaal misbruikt werd. Ik kreeg gewoon nooit liefde van de jongens”, zegt #3.

Ook wanneer hij praatte met een van de oprichters dan werd hij van het kastje naar de muur gestuurd. Maar begrip voor zijn situatie kwam er nooit. #3 herinnert zich een gesprek Paul Gray waarin hij vroeg of hij een nummer mocht zijn. “Het antwoord luidde: 'Ik weet het niet man, je krijgt nu nog geen nummer'.”

Zijn liefde voor muziek leidde ertoe dat hij alle vernederingen kon dragen. #3: “Ik wilde zo graag bij de band blijven dus ik durfde nooit mijn mening te geven. Ik heb mezelf opgeofferd om bij Slipknot te kunnen blijven. Nu zeg ik welke nummers we moeten spelen.”

Comments

You have to register or login to comment